Waarom Iran het beste reisland ter wereld is – met 5 vooroordelen

Het was gisteren precies een jaar geleden dat ik terugkwam van mijn reis. Op 2 mei 2019 vloog ik van Shiraz (Iran) via Istanboel naar Amsterdam. Die avond sliep ik na 111 nachten weer in mijn eigen bed. En sinds een dag of 364 denk ik ‘Oh ja, ik moet ook nog een blog over Iran schrijven’. Hierbij dan eindelijk het verhaal over het meest verrassende land dat ik ooit heb bezocht.

Van alle landen waar ik vorig jaar doorheen heb gereisd, kreeg ik de meeste vragen over Iran. Of ik nog kogels om m’n oren had gekregen? Onveilig had gevoeld? Of het niet warm was, zo’n boerka? Of je daar wel een beetje lekker kon eten? Daarom vandaag: vijf vooroordelen over het reizen naar Iran.

1. Mannen en vrouwen worden van elkaar gescheiden in het openbaar

Niet waar. Als man en vrouw kun je je gerust samen in het openbaar vertonen, ook als je niet getrouwd bent. Kijk, van tongen in het openbaar zijn ze in Iran wat minder. Maar handen vasthouden, elkaar een kus geven of elkaar diep in de ogen staren terwijl je wat dichtregels van Hafez prevelt: dat kan prima. Op heilige plekken zoals een moskee worden mannen en vrouwen wel van elkaar gescheiden. Je concentreren op het gebed schijnt beter te lukken als je niet wordt afgeleid door iets erotisch als vrouwenenkels.

WhatsApp Image 2020-05-03 at 18.53.34

2. Als vrouw moet je een boerka aan

Ook niet waar. Alles wat van je verwacht wordt, en zeker als je als toerist te gast bent in het land, is dat je in het openbaar je haar gedeeltelijk bedekt en dat je armen en benen niet ontbloot zijn. In de praktijk betekent het dat je een broek of legging draagt en daarboven iets wat niet te strak zit (zoals een lange blouse of een ruime trui). Het is de bedoeling dat dit over je billen valt. De meeste Iraanse vrouwen lossen dit overigens op door een langere jas over hun kleding te dragen. Binnenshuis is daarentegen heel veel mogelijk: dan gaan de hoofddoeken af en komen de mooie kleren (of de chill-kleren, wat je maar wilt) tevoorschijn. Het viel mij trouwens op dat veel vrouwen het concept hoofdbedekking niet al te serieus nemen. Veel jongere vrouwen, zeker in steden, dragen voor de vorm een sjaal of hoofddoek ergens achterop hun hoofd, terwijl hun (vaak prachtige, lange) haar gewoon zichtbaar is. Daar wordt ook niet moeilijk over gedaan.

WhatsApp Image 2020-05-03 at 19.13.08

3. Het is heel warm in Iran

Overmoedig als ik was, kwam ik zonder jas en warme kleren in Iran aan. Het zou hier in april toch al een graad of 25 zijn? Nou… nee. Zeker niet in het noorden, en al helemaal niet ’s avonds en ’s nachts. Na een paar dagen koukleumen ben ik toch maar even gaan winkelen en heb ik onder andere een prachtige ‘Armani’-jas gekocht. De rest van de weken heb ik het concept laagjes tot in de puntjes geperfectioneerd, met het gevolg dat ik er vaak belachelijk uit zag. Je kon mij uittekenen in mijn blauwe bloemetjesjurk met daaroverheen een gestreepte neonroze/gele trui en mijn donkergroene Armani-jas. Oh, en laten we mijn koperkleurige hoofddoek niet vergeten. In de ogen van de Iraniërs was ik hopelijk een eclectische westerling (en een trendsetter bovendien).

WhatsApp Image 2020-05-03 at 18.53.12

4. Het is onveilig om door Iran te reizen

Absoluut niet waar. Misschien wel als je Donald Trump heet, maar niet voor Judith Bosch uit Nijmegen. Het allerbeste aan Iran zijn namelijk de geweldige mensen die er wonen. Stuk voor stuk waren ze ongelofelijk gastvrij en ontzettend behulpzaam. Nu wordt dat wel vaker gezegd, vaak door hipsters die (terwijl ze het Bali-zand uit hun knotje schudden) vertellen dat de mensen daar echt superrelaxed waren man, echt chill (je mag hier zelf even een irritant accent bij bedenken), maar die lieve Indonesiërs halen het niet bij de Iraniërs. Iraniërs weten namelijk hoe er in het westen tegen hun land wordt aangekeken. Ze vinden het heel bijzonder dat er, ondanks de negatieve berichtgeving, tóch mensen door hun mooie land willen reizen. En ze zijn súpertrots op hun land en cultuur. Zo trots, dat ze je gratis onderdak verlenen, voor je willen koken, je uitgebreid helpen bij je reisplannen, en alles op alles zetten om je een fantastische tijd te bezorgen. Het meest tekenend vond ik de taxichauffeur die mij gedurende een lange rit flink hoorde hoesten. Voordat we bij onze eindbestemming waren, stopte hij bij een apotheek. Hij ging zonder iets te zeggen naar binnen en kwam terug met een hoestdrankje voor mij (waar hij absoluut geen geld voor wilde). Het spreekt voor zich dat hij toch een flinke fooi kreeg. Oh ja, en de overheid vindt het ook helemaal prima dat je hun land bezoekt, zolang je maar niet uit Israël komt of journalist bent en daar niet het juiste visum voor geregeld hebt.

WhatsApp Image 2020-05-03 at 18.59.36

5. Je loopt kans om verkocht te worden voor een kameel

Niks van gemerkt. Maar misschien was ik met mijn 31 jaar geen geschikt materiaal meer.

WhatsApp Image 2020-05-03 at 18.56.20

Doe jezelf een lol en ga naar Iran

Als je de kans ooit krijgt: doe jezelf een lol en bezoek Iran. Het land is veel mooier en interessanter dan je denkt. De natuur is heel afwisselend (van het ‘Zwitserland van het Midden-Oosten’, zoals iemand het gebied ten noorden van Teheran beschreef, tot uitgestrekte woestijn en zoutvlaktes), de cultuur enorm rijk (je raakt niet uitgekeken in al die prachtige moskeeën, paleizen en ruïnes), het eten onweerstaanbaar (ik droom nog regelmatig over saffraanijs, fesenjun en mirza ghasemi – er is zoveel meer dan kebab) en de bevolking fantastisch. Daarnaast is het ook ontzettend betaalbaar. Zolang je je atoombom thuis laat komt het allemaal goed en heb je gegarandeerd de tijd van je leven!

Cultuurshock in China

Sinds het afronden van het vak Interculturele communicatie heb ik eigenlijk weinig aan omgangsvormen in andere culturen gedacht, maar sinds kort spookt de stem van docent Marinel Gerritsen weer regelmatig door mijn hoofd. Dat heeft alles te maken met mijn bezoek aan China. Ik was gewaarschuwd voor de cultuurshock, en inderdaad, China is even wennen voor een meisje (ben ik nog een meisje? Niet echt meer hè?) uit Nijmegen.

20190407_100801
Peoples Square in Chongqing

Nu kan ik hier alle opmerkelijke dingen gaan opsommen, maar misschien ben je zelf wel eens in China geweest en in dat geval zal ik weinig nieuws kunnen vertellen. Ja, de mensen spugen hier op straat na het produceren van een smerige rochel. Ja, de mensen zijn luid en weten niet wat ‘converseren op gedempte toon’ is. Ja, ze dringen hier schaamteloos voor en wachten niet op hun beurt. Ja, ze eten hier rare dingen (denk ik. Afgaand op de plaatjes). Maar ik realiseer me meer en meer dat dit alleen in mijn ogen is. Ik ben me nog nooit zo bewust geweest van het feit dat cultuur en gewoontes aangeleerd worden.

20190412_183318
Confuciustempel in Nanjing

Ik was best ontdaan toen de caissière de snacks die ik had uitgezocht achteloos naar mij toe gooide, hup, zo tegen mijn buik, terwijl ze in het Chinees iets tegen me snauwde. Later (veel later, in een andere winkel) begreep ik dat ik die snacks niet los kon kopen, maar alleen in een zak per 100 gram. Ik vind het ook best vervelend dat mensen die in winkels of achter balies werken je a. niet aankijken en b. al helemaal niet tegen je zullen praten en c. niet naar je lachen. En ja, het is ook best irritant dat bijna niemand Engels spreekt en ik moeite heb om alles te begrijpen. Maar goed, Chinees is hier de gangbare taal en als het voor Chinezen net zo moeilijk is om Engels te leren als het voor ons is om Chinees te leren, dan snap ik waarom het ze zoveel moeite kost.

20190408_115131
In het Zhangjiajie National Park

Gelukkig kan ik het goed van me afzetten. De eerste dagen heb ik een paar keer tegen mezelf moeten zeggen dat het niet persoonlijk is en dat het hier de normale gang van zaken is. Inmiddels doe ik lekker mee. Als iemand in het Chinees naar mij schreeuwt, schreeuw ik in het Nederlands terug. Dat verstaan ze net zo min als Engels, dus wat ik zeg maakt toch niet uit. Ik dring voor, laat geen centimeter tussen mij en mijn voorganger over in de rij en kies raar eten van een menu met plaatjes (wat dan meestal helemaal niet zo raar blijkt te zijn gelukkig). Ik laat alleen het smerig rochelen en slurpend eten achterwege.

20190414_101439
Gubei Watertown, bij Beijing

Voor wie nu denkt dat het helemaal niet leuk is om door China te reizen: verre van! Het is een schitterend en fascinerend land. Ik reis er per trein doorheen en zie het ene na het andere vergezicht opduiken. De steden zijn hectisch, maar leuk hectisch, met hysterische winkeltjes vol Hello Kitty en Peppa Pig, zwaaiende katten en goedkope plastic meuk. Het eten is eigenlijk altijd lekker, hoewel ik soms ook naar een hamburger of pizza snak. En de alcohol is bizar goedkoop (flesje sterke drank voor €2, anyone?). Ik kom weinig andere toeristen tegen* en ik vraag me af waarom. China is een avontuur!

20190414_223925
Ook hier ontkom ik niet helemaal aan foto’s met locals 😉

*Nu moet ik er wel bij zeggen dat ik Japanners, Koreanen en mensen uit Hong Kong of Singapore slecht van Chinezen kan onderscheiden, en dat zijn natuurlijk ook toeristen, maar laat ik het dan zo zeggen: westerse toeristen.

Gouden geluksgroetjes uit Hong Kong

Een van de plekken waar ik voorafgaand aan mijn reis het meest naar uitkeek was Hong Kong. Ik weet niet precies waarom, maar grote steden fascineren mij altijd en ik vermoedde dat Hong Kong wat rauwer en interessanter zou zijn dan bijvoorbeeld Singapore en Kuala Lumpur. Ik wist dat het een dure stad was, en dat er veel mensen op een paar vierkante kilometer wonen, maar daar hield het wel mee op. Er was dus nog veel te ontdekken.

Om die verwachtingen maar meteen even te bevestigen: ja, Hong Kong is groot, duur en druk. Maar dat Hong Kong, ondanks haar internationale allure, toch zo Chinees zou zijn, had ik niet verwacht. De stad voelt aan als China-light: het is een klein beetje westers, maar vooral heel erg oosters. Een goede oefening voor als ik straks de grens over ga! Samen met Samuel, een jongen die geboren en getogen is in Hong Kong en die me vijf dagen op sleeptouw neemt, ontdek ik de stad en haar cultuur.

Mocht je dit niet weten (no shame, ik wist ook niet precies hoe het zat): Hong Kong is géén China. Het heeft een eigen bestuur, een eigen munt en een eigen taal (het Kantonees). Veel mensen die in Hong Kong wonen en werken komen eigenlijk uit China, wat ze het ‘mainland’ noemen. Je kunt dus op iedere straathoek Chinees eten, Chinese geluksarmbandjes kopen of een tempel bezoeken.

Die tempels vind ik fascinerend. Het lijkt wel of iedereen hier in meer of mindere mate gelooft dat geluk beïnvloed of afgekocht kan worden. Er zijn dus niet alleen grote tempels, waar je brandende stokjes (incense, ook wel geur- of wierrookstokjes genoemd) kunt kopen en daarmee richting beelden kunt zwaaien, maar ook minitempeltjes voor de ingang van een huis of appartementcomplex (voor het geluk van de mensen in dat gebouw) en ik heb zelfs een tempeltje bij een hondenhok gezien. Better safe than sorry.

WhatsApp Image 2019-04-07 at 09.15.04

Het (bij)geloof gaat zo ver dat mensen er dieren, gebouwen en zelfs de regering bij betrekken. Het heeft te maken met feng shui: een meer dan 3000 jaar oude filosofie die leert hoe de omgeving het geluk kan beïnvloeden. Een van de elementen van feng shui is water. Als je je huis inricht, is het belangrijk dat je er een waterelement aan toevoegt (zoals een aquarium). Veel mensen stoppen hier goudvissen in, want oranje en rood zijn gelukskleuren. Die vissen worden dan weer verkocht voor 18, 28 of 38 HK dollar (afhankelijk van de grootte van de vis), want 8 is een geluksgetal.

WhatsApp Image 2019-04-07 at 09.16.23

Om diezelfde reden betaal je aanzienlijk meer voor een appartement op de achtste verdieping. Het getal 4 staat voor de dood, dus de meeste gebouwen hebben geen vierde verdieping en de verdiepingen 40 tot 49 worden ook overgeslagen. Ook de richting waarin een gebouw wordt gebouwd, is belangrijk. Bij voorkeur met het gezicht naar de zee en de bergen in de rug. Hoe dan ook moet het aanzicht van een hoek van een ander gebouw worden vermeden, want dat brengt ongeluk. Zo’n hoek staat voor een zwaard en dus de dood. De architecten hier zijn er maar druk mee.

WhatsApp Image 2019-04-07 at 09.14.00

Soms mag een stukje land zelfs helemaal niet bebouwd worden, omdat dat slecht zou zijn voor de feng shui van een bepaalde familie die dat land bezit. Als die familie het land aan de overheid verkoopt, kunnen ze dat meenemen in de onderhandelingen. Deze wens wordt dan meestal gerespecteerd.

Na vijf dagen rondlopen, ontdekken, eten, nog meer rondlopen en bek-af in slaap vallen, zit mijn tijd in het fascinerende Hong Kong erop. Als je wilt weten wat Samuel en ik allemaal gedaan en gezien hebben: dat lees je op Polarsteps. Samuel, ontzettend bedankt voor alles! Xièxiè!

WhatsApp Image 2019-04-07 at 09.17.47

Nasi en live muziek in lijn 1

In mijn leven heb ik twee spannende busritten meegemaakt. Nou vooruit, eigenlijk drie. De eerste was in 1996. Ik was 8 en ging voor het eerst alleen met de bus: van Rijssen naar mijn oma in Nijverdal. Voor de niet-kenners: dat is 8 kilometer. Mijn moeder zette mij af bij de bushalte in Rijssen en mijn oma stond bij de bushalte in Nijverdal te wachten, dus technisch gezien kon er niets mis gaan, maar ik ben de hele 8 kilometer bang geweest dat de buschauffeur ineens zou beslissen om naar Almelo te rijden en ik dus nóóit meer thuis zou komen. De tweede spannende busrit was er een door Utrecht met een kater die alle katers overtrof, waardoor het steeds weer de vraag was of ik levend de volgende halte zou halen. De derde spannende busrit heb ik afgelopen week gemaakt: een reis van 31 uur waarvan 20 uur in een bus vol locals.

Nouja, echt spannend in de zin dat we over een ‘death road’ reden was het niet. Sterker nog: de route ging over de best onderhouden weg van Sumatra. En dat zegt wat! De meeste wegen hier zijn zo dramatisch dat je maximaal 20 kilometer per uur aflegt: óf omdat het zo vreselijk druk en chaotisch is, óf omdat er gaten van 50 centimeter diep in de weg zitten en de chauffeur goed moet manoeuvreren zodat hij met zijn gehele auto de weg kan vervolgen.

Maar spannend in de zin van ‘je hebt geen idee waar je precies op- en af moet stappen (want aan adressen van busstations, of überhaupt duidelijk herkenbare busstations, daar doen ze niet aan), je weet niet hoe laat de bus precies gaat en hoe lang hij erover doet voor je bij je bestemming bent, je weet niet hoeveel haltes er onderweg zijn, je weet niet hoeveel mensen ze nú weer in die bus gaan proppen, je weet kortom niet hoe de rest van je dag eruit gaat zien’: ja, in die zin is het wel spannend voor mensen die alles graag van tevoren uitzoeken. En willen plannen. Zoals ik. Maar dat kan hier dus niet.

Zo verloopt een lange (bus)reis op Sumatra

Vrijdag, 10.30 uur

La la la, tijd genoeg, lekker ontbijten. Over een uur gaat de ferry die mij van het eiland Samosir (midden in het Tobameer) naar het vasteland (Parapat) zal brengen. Vanaf daar zal een ‘tourist taxi’ (een minivan waar acht mensen in kunnen) mij in 3,5 uur naar Medan, de hoofdstad, brengen. Heeft de eigenaar van mijn hotel geregeld. Superfijn! Vanaf Medan neem ik dan de nachtbus naar Banda Atjeh, helemaal in het noorden van Sumatra. Daar wacht de ferry naar mijn eindbestemming: Pulau Weh, een klein eilandje ten noorden Sumatra.

WhatsApp Image 2019-03-16 at 15.29.21
De ferry naar Parapat

12.30 uur

“Sorry miss. No taxi. Taxi left hour ago. You can wait for new people?” Dit begint goed. Er is dus kennelijk geen taxi voor mij geregeld. Aangezien die tourist taxi’s alleen rijden als ze vol zijn, kon het nog wel eens heel lang duren voor de volgende gaat. Ik wacht twintig minuten en besluit dan naar het busstation te lopen. Dan maar met de ‘public bus’ naar Medan. “Maar mevrouw, dat duurt heel lang!” roept de man van het taxibedrijf. Ja vriend, en dit wachten hier waarschijnlijk ook.

13.30 uur

Terwijl ik met al mijn bagage door de brandende zon loop, komt er een tuktuk naast me rijden. Ik besluit op het aanbod van de chauffeur in te gaan en laat me voor €0,25 naar het busstation brengen. Die beste man zal wel weten waar dat is, want ik heb eigenlijk geen idee. Helaas zet hij me op de verkeerde plek af en moet ik alsnog een stukje lopen. Eindelijk zie ik een banner van iets wat een busstation zou kunnen zijn. Ik koop een kaartje, een flesje cola en ga nog snel even naar de wc, want de bus komt er zowaar al aan. En wat is íe leeg! Zalig! Alle ruimte voor m’n Hollandse benen!

WhatsApp Image 2019-03-16 at 15.29.22 (2)
Wat een ruimte! Maar niet voor lang helaas…

15.30 uur

“Nasiiiiii. Nasi goreeeeeeeeeng?” We staan kennelijk bij een halte, want er stappen heel veel mensen in. Niet alleen passagiers, maar ook mensen (voornamelijk oude vrouwtjes zonder tanden) die eten verkopen. Nasi dus, maar ook pinda’s en kroepoek. Ik bedank ze vriendelijk, want uiteraard ben ik weer de enige westerling in de bus en komt iedere koper even speciaal naar mij toe. Er stapt ook een man met een gitaar in. Hij rijdt een paar haltes mee en kan echt ontzettend mooi zingen en spelen. Kennelijk zingt hij ook wat grote hits want de schoolmeisjes achter mij zingen mee. Ik geef hem wat geld en na een kwartier stapt hij weer uit.

18.00 uur

Als sardientjes zitten we inmiddels in de bus. Er zit een man bijna bovenop mij, wat ik heel vervelend vind, maar hij kennelijk iets minder. Hij blaat maar door over waar ik vandaan kom en wat ik in Indonesië ga doen. Op een gegeven moment vraagt hij of ik getrouwd ben. Ah! Nu komt mijn nep-trouwring van pas! Ik zeg heel trots ‘ja’ en laat hem de gouden ring om mijn vinger zien. “Oh”, zegt hij sip. En dan: “Where your husband?” Ik lieg en zeg dat hij al op Pulau Weh is. Ik zie dat hij het maar een vreemd verhaal vindt, maar hij laat me verder wel met rust.

20.45 uur

Goddank, ik ben bij het volgende busstation. Daarvoor moest ik twee taxi’s nemen vanaf de vorige bushalte. Medan is een enorm chaotische stad, met verkeer dat de hele tijd vast staat, dus het was nog even spannend of ik de nachtbus zou halen. Maar het is gelukt. Ik haal mijn kaartje op en hoor dat de bus later zal vertrekken. Het zal eens niet. Ik besluit maar even te gaan Netflixen op mijn telefoon. Helaas interpreteren Indonesiërs oordopjes in niet als ‘laat me met rust’; ze tetteren er vrolijk doorheen of kijken mee op je scherm.

Ook nu komt er meteen weer een jongen naast me zitten. Ik heb weinig zin om sociaal te doen, vooral omdat ik me niet zo lekker voel. De buikgriep (zie Polarsteps voor dit zielige verhaal) is nog steeds niet over en ik kijk er niet echt naar uit om weer 12 uur in een bus te zitten. Hij heeft weinig boodschap aan mijn chagrijnige hoofd en vraagt vrolijk wie ik ben, waar ik vandaan kom en wat ik ga doen. Ik beantwoord het heel summier, maar dat is voor hem een aanmoediging om door te gaan. Ach, hij bedoelt het goed.

23.30 uur

We vertrekken rond 22.15 uur, 1.15 uur later dan gepland. Ik zit naast een vrouw die bij het betreden van haar stoel een tas op mij gooit en die lekker laat liggen. Pas als ik na tien minuten vriendelijk vraag of die tas ook ergens anders kan liggen, gooit ze hem op de grond. Vervolgens gaat ze filmpjes op Facebook kijken. Zonder koptelefoon of oordopjes. Op het volume ‘dove hond’. Fijn.

WhatsApp Image 2019-03-16 at 15.29.22 (1)
De bus heeft in ieder geval práchtige gordijntjes!

Tussen 23.30 en 00.30 uur, als de bus al in diepe slaap is, krijg ik enorm last van mijn buik. In het donker ga ik op zoek naar de wc, die beneden (de bus is een dubbeldekker) blijkt te zitten. Ik stap voorzichtig over mensen die in het gangpad en op de trap liggen te slapen. De wc is, zelfs voor Indonesische standaarden, niet al te schoon. Maar ja. Er ís in ieder geval een wc. Ik voel me knap beroerd en de jongen uit het busstation, die drie stoelen achter mij zit, vraagt me iedere keer als ik opsta wat ik ga doen. NAAR DE MC DONALDS, NOU GOED?! Aargh.

Zaterdag, 4.00 uur

De vrouw naast mij stapt uit! Hoera! Twee stoelen voor mezelf! Ik val in slaap en word pas rond 7 uur weer wakker.

12.00 uur

De bus is eindelijk, éindelijk in Banda Atjeh. Ruim drie uur later dan gepland. Hierdoor heb ik de ochtendferry gemist, maar er gaat er vanmiddag gelukkig nog één. Ik sla ongeveer 16 opdringerige tuktuk-chauffeurs van me af en ga op een stoepje zitten terwijl ik een Grab (soort Uber) bestel. Ideaal dat ze dat hier gewoon hebben.

WhatsApp Image 2019-03-16 at 15.29.22
Nee, no taxi. Go maar away.

12.30 uur

De taxichauffeur vertelt van alles over Banda Atjeh. De stad is grotendeels weggevaagd tijdens de tsunami van 2004. Inmiddels is veel weer opgebouwd, waaronder het ferrygebouw. In de stad vind je ook het Tsunami-museum en een grote begraafplaats voor Nederlandse militairen (die er overigens al honderd jaar is). Misschien dat ik daar op de terugweg een kijkje neem.

12.45 uur

Helaas, de ferry gaat pas om 15.00 uur. Even wachten dus nog. Je raadt het nooit: er komt meteen weer een mannetje op me af. Ik maak met met een excuus uit de voeten en ga in een andere wachtruimte Wie is de mol terugkijken.

14.30 uur

Oh, de ferry gaat nu al? Snel koop ik een kaartje en ga ik aan boord. Het is er bloedheet, ondanks dat er geen ramen in de kozijnen zitten. Er vinden hele volksverhuizingen plaats op deze ferry: ik zie gezinnen, militairen, oude mannetjes met heel veel bagage, jonge meiden met scooters, tandloze vrouwtjes die eten verkopen… de ferry is Sumatra in het klein.

17.30 uur

Hoera, ik ben op Pulau Weh! Bij het verlaten van de boot kom ik drie andere toeristen tegen. We besluiten een taxi te delen, want we moeten allemaal naar hetzelfde plaatsje (Iboih). Helaas is er geen taxi te bekennen. Wel heel veel mannetjes met scooters en tuktuks. We nemen samen twee tuktuks en worden in 45 minuten naar onze guest houses gebracht.

WhatsApp Image 2019-03-16 at 15.29.23
Pulau Weh

18.15 uur

IK. BEN. ER.
Pfffffff.

Na een douche, een ijskoude cola en een pizza val ik in een diepe slaap. Wat een reis. Daar valt lijn 96 van Rijssen naar Nijverdal bij in het niet hoor.

5 dingen die ik niet wist voor ik Sumatra betrad

Joehoe lieve landgenoten! Inmiddels ben ik ruim anderhalve week op Sumatra. In plaats van op te sommen wat ik allemaal gedaan heb (dat kun je ook op Polarsteps lezen, als het je interesseert), heb ik besloten om wat inside information met jullie te delen. Dit heb ik in de afgelopen anderhalve week geleerd! Nummer 4 zal je verbazen… 😉

1. Het verkeer is een grotere chaos dan Stratumseind tijdens carnaval

Van Nederland naar Nieuw-Zeeland was een makkelijke overgang. Tuurlijk, het is er twaalf uur later, er zijn wat meer vulkanen en gletsjers, ze rijden er links en de alcohol is er duur, maar verder meng je als Nederlander makkelijk met de kiwi’s. Hoe anders is dat in Indonesië. Iedereen ziet aan mijn neus dat ik een toerist ben en probeert me van alles aan te smeren: louche taxiritjes, lelijke souvenirs, eten, activiteiten etc. Het meest was ik wel gechoqueerd van ‘het verkeer’. Je gaat gewoon zo hard als je kunt, inhalen mag links of rechts (net wat het beste uitkomt), je duim kun je gewoon op de claxon laten liggen, de richtingaanwijzer blijft ook de hele tijd aan en ohja, er passen altijd meer mensen in een voertuig dan je in eerste instantie denkt. Ik heb de eerste dag ongeveer zestien hartverzakkingen gehad, maar inmiddels steek ik ook de straat over wanneer het mij goed dunkt. Anders sta je er morgen nog.

WhatsApp Image 2019-03-07 at 20.13.19
Het valt op deze foto heel erg mee met de chaos, maar op andere momenten was ik te bang om m’n camera te pakken 😉

2. Engels leren doe je niet in de klas, maar op straat

Ik merk het voor het eerst als ik in Brastagi alleen over straat loop. Groepjes schoolkinderen staan bij een rotonde te posten. “Hello miss, how are you? Can we ask you some questions for an assignment?” Een jongen en een meisje van 16 stellen me ombeurten een vraag. Hoe ik heet, waar ik vandaan kom, hoe lang ik al op Sumatra ben, wat voor werk ik doe, wat ik van Indonesië vind en, niet geheel onbelangrijk, welk Indonesisch eten ik het lekkerst vind. Geduldig beantwoord ik alle vragen. Daarna maken we nog een foto en loop ik door. Althans… na tien meter word ik alweer staande gehouden door een nieuw groepje kinderen. Ze vertellen me dat ze voor Engels met buitenlanders moeten praten, om zo de taal te oefenen. Braaf beantwoord ik opnieuw een paar vragen. Selfie erbij, en door. Als ik vervolgens wéér staande word gehouden ben ik er wel een beetje klaar mee, maar ja, ik zie zelf ook wel dat er weinig buitenlanders in Brastagi zijn. Ook op Samosir, het eiland in het Tobameer, kom ik studenten tegen. Het grappige is dat ze in vlekkeloos Engels een vraag oplepelen, maar vervolgens géén idee lijken te hebben wat ik antwoord. Als ik een wedervraag stel, kunnen ze die ook nooit beantwoorden. Ach. Lekker blijven oefenen kinders! Jullie doen het al een stuk beter dan jullie (groot)ouders.

WhatsApp Image 2019-03-07 at 20.10.32

3. Het (lokale) ziekenhuis is geen ziekenhuis

Deze had ik kunnen weten, maar soms moet je iets zelf ervaren om het te kunnen bevatten. Wanneer ik op Samosir ben, voel ik me echt niet lekker (zie ook mijn update op Polarsteps). Na een hele beroerde nacht besluit ik op te zoeken of er ergens een dokter op het eiland zit. Die is er! Wat zeg ik: er is zelfs een heuse kliniek. Bij de receptie van mijn guest house vraag ik of ik een afspraak moet maken, maar dat is volgens hen niet nodig. Met een zere buik strompel ik naar de kliniek, onderweg (uiteraard) opnieuw opgehouden door schoolkinderen die met opdrachten bezig zijn. Na 13 selfies mag ik eindelijk verder en kom ik bij de kliniek aan. “Hello, can I see a doctor?”, vraag ik aan de balie. “No doctor”, zegt de receptioniste. Ik kijk rond en zie inderdaad dat er verder helemaal niemand is. De vrouw vraagt in gebrekkig Engels hoe ze me kan helpen en ik vertel wat mijn klachten zijn. Ik ben amper uitgepraat of ze springt op en komt terug met een lading medicijnen. Ze probeert uit te leggen wat het allemaal is en hoe vaak ik het moet nemen. Ik knik, neem alles aan, laat op de achterkant van een volgeklad vel papier wat gegevens achter (naam, leeftijd en land; waar ze het voor gebruiken is me een raadsel), betaal 100.000 roepies (omgerekend ongeveer €6) en strompel weer terug. Nu maar hopen dat we elkaar een beetje begrepen hebben. Het lijkt er wel op, want ik voel me al iets beter.

WhatsApp Image 2019-03-07 at 20.10.32 (1)

4. ‘Witte’ mensen zijn een bezienswaardigheid

Dit had ik écht niet verwacht. Ik weet dat de vrouwen in Indonesië een witte huid als schoonheidsideaal hebben, maar dat ze daardoor iedere ‘witte’ vrouw automatisch prachtig vinden en er dolgraag mee op de foto willen, dat wist ik niet. Ik dacht dat ze dat alleen met blonde vrouwen met blauwe ogen hadden. Als gevolg daarvan is er nog geen dag voorbij gegaan dat ik niet met de halve bevolking op de foto moet. Twee vingers in de lucht, let’s go.

WhatsApp Image 2019-03-07 at 20.10.33

5. Een groot gedeelte van de bevolking is moslim

Ik had van te voren gelezen dat een gedeelte van de Sumatraanse bevolking de Islam aanhangt, maar dat je daar als toerist niet zoveel van merkt. Je kunt op de meeste plaatsen gewoon een biertje bestellen en westerse kleding zou in theorie ook geen probleem moeten zijn. Nou… dat klopt toch niet helemaal. Aangezien niemand hier in hemdjes en korte broekjes rondloopt, tenzij het op een afgeschermd resort is, voel ik me daar ook totaal niet prettig in. Meestal draag ik een lange(re) broek en een T-shirt. Ik zie andere vrouwelijke toeristen hetzelfde doen. Binnenkort reis ik door de provincie Atjeh, waar de Sharia van kracht is. Daar moet ik ook bedekkende kleding aan en een hoofddoek om. Ach, kan ik vast oefenen voor Iran.

In Brastagi werd ik door de eigenaar van mijn guest house uitgenodigd om mee te gaan naar een bruiloft (zie Polarsteps). Dit was echter wel een islamitische bruiloft. Wij hoefden ons als westerlingen niet aan te passen volgens hem, maar dat hebben we toch gedaan. Ik merkte dat dat heel erg werd gewaardeerd. En ohja, een bruiloft zonder drank is ook een belevenis op zich.

WhatsApp Image 2019-03-07 at 20.10.34

Time to say goodbye

“Hello, I’m Bruce.” Ik kijk in het gezicht van een oudere man. Ergens tussen de 65 en 70 jaar, schat ik. “Hi Bruce.” We zitten aan een grote picknicktafel op de veranda van een grote houten blokhut midden in het bos. Bruce komt tegenover mij zitten. Hij was me in de bus al opgevallen met zijn dunne grijze haar, dat nogal afsteekt tegen de volle bossen blond en bruin haar van de rest van de passagiers. Bruce vertelt dat hij sinds zijn pensioen negen maanden per jaar rondreist en drie maanden per jaar thuis is, in Londen. Terwijl we een biertje drinken praten we over zijn bijzondere levensstijl en zijn vijf (!) kinderen. Daarna doen we een achterlijk spelletje (“Vroom! Iiieeeeek!”) met de rest van de tafel. Bruce lacht zo hard dat zijn kunstgebit bijna uit zijn mond vliegt.

De reis door Nieuw-Zeeland is bijna ten einde. Zes weken zijn voorbij gevlogen en tegelijkertijd lijkt het een eeuwigheid geleden dat ik in Auckland landde. Van tevoren vond ik het lastig om in te schatten hoe ik het zou vinden om alleen te reizen. Uiteindelijk heb ik welgeteld twee dagen in mijn eentje doorgebracht. Het leek wel of alle interessante, lieve en grappige reizigers precies mijn reisperiode hadden uitgezocht om Nieuw-Zeeland te doorkruisen. Ik las ergens dat niet de landschappen en musea, maar de mensen die je ontmoet de reis onvergetelijk maken, en dat is absoluut waar. Van de jonge Felix (18) die net klaar is met zijn middelbare school tot de oude Bruce (68, bleek achteraf).

WhatsApp Image 2019-02-24 at 22.06.17 (1).jpeg

Natuurlijk was Nieuw-Zeeland zelf ook best om aan te gluren. Ricardo vroeg op een gegeven moment of er ook lelijke plekken in Nieuw-Zeeland zijn. Ja hoor. Het zijn er niet veel, maar hieronder even een voorbeeldje.

 

WhatsApp Image 2019-02-24 at 22.06.17 (4).jpeg

Daarnaast waren de industrieterreinen in Auckland en Invercargill ook niet supermooi. Net als het toilet bij de Burger King in Wellington. Maar daarbuiten is Nieuw-Zeeland schitterend. De langgerekte stranden, de Teletubbie-achtige groene heuvels, de vulkanen en grotten op het Noordereiland; de bergen, fjorden, gletsjers, knalblauwe meren, het regenwoud en de soms onstuimige rivieren op het Zuidereiland. En wat het nog mooier maakte, waren mijn reisgenoten. De stomme grappen van Tony, het soms onnavolgbare Engels van Sharon, het enthousiasme van Ollie, het sarcasme van Felix/Jaquavis, de energie van Nicoline en Nienke (die de ene na de andere berg op renden), de lach van Vera, het alcoholtolerantieniveau van Anj, de skills van Jeanne (een heel glas in je mond proppen in een vol restaurant: geen probleem), de kaarttrucjes van Sam, de goede gesprekken (maar vooral ook heel veel onzin) met Stephen en Stephanie, het doorzettingsvermogen van de Duitse Tim (die iedere keer weer probeert om mijn blogs te ontcijferen), en alles aan de beste travelbuddy (ever!) Hilde: ik ga het allemaal ontzettend missen.

WhatsApp Image 2019-02-24 at 22.06.17 (2).jpeg

Wat ik niet ga missen aan Nieuw-Zeeland zijn die verschrikkelijke sandflies en dat ene domme kind uit Seattle die de mooiste hike in de geschiedenis van hikes (de Tongariro Crossing) niet wilde lopen ‘omdat ze thuis ook wel kon wandelen en in Nieuw-Zeeland alleen unieke activiteiten wil ondernemen’. Oké joh. De straten van Seattle zijn vast vergelijkbaar.

WhatsApp Image 2019-02-24 at 22.06.17 (3).jpeg

Bestolen op de Kepler Track

Vroeger, als we met het hele gezin op vakantie gingen naar Luxemburg of Frankrijk, zat ik de hele weg met mijn neus in een boek/de Penny/de Tina. Vaak tot ergernis van mijn vader, die, zodra het landschap veranderde, riep: “Kijk toch eens naar buiten! Dit zie je in Nederland niet hoor!” De woorden van mijn vader dreunen in Nieuw-Zeeland na in mijn hoofd. Ik durf amper mijn ogen te sluiten als we per bus door het land scheuren, bang dat ik de zoveelste berg/gletsjer/vulkaan mis. Kijk naar buiten, dit zie je niet als je door Nijmegen-Oost fietst!

De drang om alles om mij heen in me op te zuigen is het sterkst als ik de Kepler Track, een vierdaagse ‘great walk’ van 60 kilometer, loop. Niet dat ik daar ook maar een seconde mijn ogen dicht zou kunnen doen of het al lezend zou kunnen voltooien, maar de natuur is zo overweldigend dat het bijna niet te bevatten is.

WhatsApp Image 2019-02-08 at 16.30.10

Op de eerste dag van de meerdaagse hike word ik samen met Julius, een Nederlandse jongen die ik op de bus heb leren kennen, met een shuttlebusje bij het begin van de track afgezet. Julius met een kleine rugzak (goed voor één dag wandelen), ik met mijn hele backpack. Gelukkig kon ik het grootste deel van mijn bagage die ik de komende dagen niet nodig heb achterlaten in het hostel. De vrijgekomen ruimte is opgevuld met flessen water, noodles, zakjes cup-a-soup, tortilla’s, blikjes tonijn, kant-en-klare pasta en rijst, mueslirepen, een zak pinda’s en, omdat je ook een beetje lief moet zijn voor jezelf, een zak M&M’s en triple chocolate cookies. Julius loopt met mij mee naar de eerste hut een keert dan terug; voor mij begint het dan pas écht.

Na anderhalf uur lopen word het duidelijk dat deze tocht niet voor prinsesjes op mooie schoenen is. Het pad stijgt behoorlijk en ik heb het bloedheet. Gelukkig heb ik tijd genoeg voor veel (water)pauzes. Na een paar uur klimmen heb ik de boomgrens bereikt. Ik zie Te Anau, het stadje waaruit ik ben vertrokken, in het dal liggen. Na nog eens drie kwartier lopen doemt de eerste hut op. Ik heb het gehaald! Samen met Julius drink ik een kop thee, waarna hij terugloopt naar Te Anau.

WhatsApp Image 2019-02-08 at 16.30.10 (1)

De mensen in de hut zijn in twee categorieën te verdelen: jonge backpackers van 20 tot ongeveer 35 jaar en oudere, doorgewinterde wandelaars van zestig plus. Vooral de laatste categorie is erg leuk. Na het wandelen ben je toch een beetje aan elkaar overgeleverd in de hut, en vooral oudere hikers hebben de mooiste verhalen. De hutten zelf zijn spartaans: geen douches, alleen koud water, geen verwarming, geen elektriciteit en dunne slaapmatjes. Als de zon ondergaat, is het dus ook automatisch tijd om naar bed te gaan. Bij gebrek aan gordijnen ontwaak ik de volgende ochtend op het moment dat de zon opkomt achter de bergen. De lucht is vuurrood en geeft nog een kwartier een prachtige lichtshow weg.

De tweede dag is zwaar. Als ik de hut verlaat begint het te sneeuwen. Ondanks dat ik ongeveer alle kleren draag die ik bij me heb, én opnieuw aan het klimmen ben, heb ik het koud. Gelukkig bereik ik na niet al te lange tijd het hoogste punt. Ik leg mijn backpack neer om even naar het allerhoogste punt te lopen voor wat foto’s.

WhatsApp Image 2019-02-08 at 16.30.11 (1)

Als ik terugkom zitten er drie Kea’s (alpine-papegaaien) om mijn tas heen, die snel wegvliegen als ze mij in de gaten krijgen. “Is that bag yours?” vraagt een andere wandelaar. “I think they took your noodles.” Ik zeg dat dat amper kan omdat mijn etenstas diep in mijn tas zit en ik alle ritsen, klipjes en riempjes dicht had, maar bij nadere inspectie heeft de wandelaar gelijk. De superslimme vogels (ze schijnen het brein van een vijfjarig kind te hebben!) hebben de tas opengeritst, de etenstas gevonden, en mijn noodles, banaan en koekje aangevreten. De cup-a-soup hebben ze meegenomen, dus ik hoop dat ze daar ’s avonds een lekker bakje dampende soep van hebben gemaakt.

WhatsApp Image 2019-02-08 at 16.30.11

Na een pittige, maar onbeschrijfelijk mooie dag lopen, kom ik aan het einde van de middag in de tweede hut aan. Die ligt een stuk lager dan de eerste, wat qua temperatuur erg aangenaam is. Toch kun je er niet buiten zitten: er zijn zoveel sandflies (een soort muggen, maar dan erger) dat je wordt opgevreten zodra je een lichaamsdeel buiten de deur steekt.

De derde dag bestaat uit wandelen door het bos, over open vlaktes en langs een rivier. Het is schitterend weer en deze dag verloopt vlekkeloos. Veel eerder dan verwacht kom ik in de derde hut aan. Deze hut ligt aan een meer en heeft de liefste beheerder die je je kunt voorstellen: Phil, een oudere man die ieders naam na vijf minuten kent en alles over de omgeving vertelt. “What are you up to, Judith?” vraagt hij als ik de volgende ochtend mijn backpack weer op doe. Ik vertel dat ik na de Kepler Track naar Milford Sound en Gunn’s Camp ga, waarna hij me nog wat tips voor mooie wandelingen geeft.

WhatsApp Image 2019-02-08 at 16.30.11 (2)

Nadat ik afscheid heb genomen van Phil breekt de laatste dag van de Kepler Track aan. De vierde dag bestaat uit bos, bos en nog eens bos. Ik ben er eigenlijk na een uur helemaal klaar mee, maar ja, dan moet je nog uren lopen… ik besluit regelmatig te pauzeren en hoop zo toch nog een beetje van de laatste dag te genieten. Om 14.45 uur, een half uur voordat de shuttlebus me weer op komt pikken, krijg ik de parkeerplaats in het vizier. Het is gelukt, ik heb de Kepler Track gelopen! Ik ben stiekem best trots op mezelf. Niet dat het nu zo vreselijk zwaar was, maar meer omdat mijn lijf het supergoed heeft volgehouden en ik de mooiste dingen heb gezien. Wat een ervaring!

Eenmaal in mijn hostel haal ik de rest van mijn bagage uit de kluis en neem ik een lange douche. Ook gooi ik mijn kleren meteen in de was, want zelfs de sandflies waren amper nog geïnteresseerd in mij. Na een middagdutje trakteer ik mezelf op een grote cheeseburger met friet bij The Fat Duck. Daar was ik zó aan toe! ’s Avonds val ik, zoals verwacht, als een blok in slaap. De dag erna pikt de Straybus me weer op. Tijd voor nieuwe avonturen!

PS: Veel regelmatiger dan deze blogs verschijnen, plaats ik op Polarsteps updates over waar ik op dat moment ben. Als je het leuk vind om mij ook daar te volgen: hier vind je mijn foto’s en korte verhaaltjes.

Ik ben blij man

“Ever since I first saw you, I haven’t seen you without that big smile on your face” zegt Ollie.

We zitten in een bar in Franz Josef, een klein plaatsje aan de westkust van het Zuidereiland. Het is er warm en om ons heen zitten de vrienden die we de afgelopen dagen en weken hebben gemaakt. Ollie heeft gelijk: ik loop de hele dag rond met een maniakale grijs op mijn gezicht.* Ik ben zó blij dat ik hier ben! Zo blij dat Ricardo het geen probleem vindt om voor een langere tijd in z’n eentje de was en boodschappen te doen. Zo blij dat mijn werkgever op alle mogelijke manieren meewerkt. Zo blij dat al mijn vrienden en familieleden meeleven en me op de hoogte houden van het reilen en zeilen in Nederland. Maar bovenal: zo blij dat ik eindelijk, éindelijk op het werkelijk overweldigende en schitterende Zuidereiland van Nieuw-Zeeland ben. Met zoveel leuke mensen om mij heen. Om Churandy Martina te quoten: “Ik ben blij man”.

Een paar dagen geleden sprak ik mijn zusje en probeerde ik samen te vatten wat ik de afgelopen dagen heb gedaan. Dat viel niet mee. Anderhalve week geleden (maar het voelt als een maand geleden) liep in de Tongariro Crossing, een hike van 19,2 kilometer (maar volgens de buschauffeur 20,5 kilometer) op het Noordereiland. Zo’n hike is hard werken: je klimt 850 meter in korte tijd en na een prachtig uitzicht moet je weer naar beneden zien te komen. Aan makkelijke paadjes doen ze hier niet: je ploetert over vulkanisch gesteente en zakt weg in zand en grind, terwijl je krampachtig probeert om niet van een enorme berg af te vallen en in een van de Emerald Lakes te storten. Het is gelukkig goed gegaan: na ruim zeven uur lopen waren we weer bij het eindpunt. Missie geslaagd.

WhatsApp Image 2019-02-04 at 16.21.01

Ik heb in mijn leven nog nooit zoveel gelopen als hier in Nieuw-Zeeland. Je hebt bij gebrek aan openbaar vervoer ook niet echt een keuze, maar met een superblauw meer of schitterend uitzicht op iedere straathoek is het ook niet zo erg om per benenwagen het land te verkennen. (Gelukkig hebben we voor de rest de Straybus, anders werd het wel iets te gortig.) In het eerdergenoemde Franz Josef liep ik naar een gletsjer. Dit was een gemakkelijke hike, en een hele mooie, dwars door het regenwoud. Eenmaal bij de gletsjer was het wel even schrikken om te zien in welk tempo het ijs zich terugtrekt. In de afgelopen tien jaar is er zoveel ijs gesmolten, dat het een kwestie van enkele tientallen jaren is voor al het ijs verdwenen is. Ik weet dat mijn gevlieg over de hele wereld en mijn eetpatroon daaraan bijdragen, dus het is ook mijn schuld dat straks niemand die gletsjer nog kan bekijken. Stom.

WhatsApp Image 2019-02-04 at 15.59.45 (2)

Voor Queenstown staat een milieuvriendelijke activiteit gepland: paragliden! Oftewel: met een parachute (en een begeleider) van een berg aflopen en langzaam naar beneden ‘gliden’. Hoewel ik al drie weken overal op tijd ben, krijg ik het voor elkaar om iets te laat bij deze activiteit aan te komen. Een busje vol chagrijnige en ongeduldige Aziaten staat op me te wachten en terwijl ik nog hijgend een formulier onderteken dat ik niemand aansprakelijk zal stellen voor eventuele lichamelijke of mentale schade, crosst het busje naar de top van Coronet Peak. Nog eens tien minuten later rennen we van de berg af en hup, daar is die maniakale grijns weer. Ik kan niet eens omschrijven hoe het was. De stilte, de wind in je haar, de felle zon en de machtige bergen onder je… het had uren mogen duren.

WhatsApp Image 2019-02-04 at 15.59.45

Inmiddels ben ik in Te Anau, ongeveer 80 kilometer van Queenstown. Morgen begin ik aan de Kepler Track, een vierdaagse wandeling door Fiordland. Hier kijk ik echt al maanden naar uit. Vanochtend heb ik mijn toegangspas voor de hutten waarin ik overnacht opgehaald en boodschappen gedaan. Kant-en-klare pasta, rijst, mueslirepen, fruit, noten, wraps, ingeblikte tonijn, chocolade, thee en water. Straks alles voorbereiden, de tas inpakken en hopelijk goed slapen. Dat kan de komende dagen nog wel eens lastig worden, met veertig mensen in één hut.

WhatsApp Image 2019-02-04 at 15.59.46

Tijd om een eind te breien aan dit verhaal. Ik zit nu in een schuur-achtig café vlak bij mijn hostel. De Superbowl staat op en links en rechts schreeuwen Amerikanen met roodaangelopen hoofden richting de tv. Ik neem een slok van mijn cola, eet wat knoflookbrood (ik hoef toch met niemand te zoenen de komende maanden) en ben nog steeds blij. Heel blij.

* Ik moet wel eerlijk blijven natuurlijk. Die nacht waarin ik geen oog heb dichtgedaan omdat naast mij een oude man bomen aan het omzagen was en boven mij een jonge man bijna in zijn eigen gehoest stikte, was wel wat minder geslaagd. Vooral omdat ze dwars door mijn oordopjes heen snurkten en hoestten. De volgende ochtend was een flauwe glimlach het maximale wat ik op mijn gezicht kon toveren.

Gloeiwormen en alpaca’s in Niemandsland

“KIA ORAAAA!” (Hallo!) brult een hyperactieve jonge vrouw zodra ze onze bus instapt. Het is dinsdagmiddag 22 januari en we zijn onderweg naar Lake Aniwhenua. Aan dat meer ligt een lodge die in het teken staat van de authentieke Maori-cultuur. Ons is beloofd dat we een bijzondere dag tegemoet gaan, gevuld met de haka, het vlechten van een armbandje van vlas en een hangi (een feestmaal dat onder de grond wordt bereid, in een kuil met gloeiend hete stenen). De gids stapt ruim een half uur rijden van de lodge al bij ons in de bus, omdat ze ons onderweg een aantal oeroude Maori-tekeningen die in rotswanden zijn gekerfd wil laten zien.

We zijn op dat moment zes dagen onderweg met de Straybus. Ik had van tevoren niet kunnen bedenken dat de beslissing om met een groep onbekenden per bus door Nieuw-Zeeland te crossen zo goed uit zou pakken. Het cliché is waar: zolang je een beetje je best doet om gezellig te zijn (en dat kost mij doorgaans weinig moeite, gelukkig) heb je binnen een half uur een lading nieuwe vrienden. De bus zit niet helemaal vol, maar dat is juist leuk: je kunt vrij gemakkelijk als groep wat ondernemen en 20 namen onthouden gaat een stuk soepeler dan 40. De Nijmeegs/Utrechtse Hilde is sinds de eerste minuut dat ik in de bus stapte mijn nieuwe bestie, en na een gezamenlijke hike om 6 uur ’s ochtends én een kortstondig ziekenhuisavontuur (geïnitieerd door Hilde) zijn we onafscheidelijk.

whatsapp image 2019-01-27 at 19.31.52

Er rijden ongeveer 35 Straybussen tegelijk door Nieuw-Zeeland en omdat iedereen kan op- en uit kan stappen waar hij wil, zie je iedere dag nieuwe gezichten. De passagiers bestaan voornamelijk uit Nederlanders, Duitsers, Britten en Scandinaviërs tussen de 18 en 28 jaar. Aangezien ik ‘al’ 31 ben, werd ik vrij snel tot ‘bus mom’ gebombardeerd (maar dat kan ook komen omdat ik veel koekjes en blarenpleisters uitdeel en tegen mensen zeg dat ze niet te dicht bij de afgrond moeten gaan staan als ze selfies nemen). Er is ook een ‘bus dad’: de Britse Tony van 35, die niet weet wie P Diddy is en hoe je Instagram spelt. Samen klagen we over beginnende rimpels en zere knieën.

Terug naar Lake Aniwhenua. De middag is inderdaad bijzonder, maar vooral omdat de gids (een meisje van 18!) de luidste persoon op het zuiderlijk halfrond is en mij bijna laat stikken in m’n kip als ze keihard op het raam slaat terwijl ik zit te eten. Het was leuk om de haka te leren en om te zien hoe de hangi wordt bereid, maar ik ben er niet heel erg rouwig om dat we de volgende dag verder reizen.

We rijden naar Blue Duck Station: een enorme boerderij (7500 hectare) in de middle of nowhere. Hier slapen we in superschattige rode blokhutten, lopen we de hele dag met onze blote voeten in het gras en drinken we ijskoude biertjes in de zon. Hilde en ik delen de hut met Nienke en Sharon uit Zoeterwoude-Dorp (twee extra nieuwe besties!) en het voelt alsof ik weer 12 ben en op kamp ga. Ik realiseer me dat ik in lange tijd niet zó relaxed ben geweest. Thuis moet er altijd wel iets: een vergadering, de was, de loodgieter terugbellen, naar een verjaardag waar je eigenlijk niet zo heel veel zin in hebt. Hier hoef ik helemaal niets, behalve mijn eigen borden en bekers afwassen.

whatsapp image 2019-01-27 at 19.31.53 (1)

Na drie dagen in Blue Duck Station pak ik met lichte tegenzin mijn backpack weer in. Doei blue ducks, alpaca’s, paarden, varkens, koeien, geiten en gloeiwormen. I’ll be back. In my chopper. Het is namelijk wel echt een takke-eind naar die afgelegen boerderij, met de dichtstbijzijnde supermarkt op 1,5 uur rijden.

 

PS Veel regelmatiger dan deze blogs verschijnen, plaats ik op Polarsteps updates over waar ik op dat moment ben. Als je het leuk vind om mij ook daar te volgen: hier vind je mijn foto’s en korte verhaaltjes.

whatsapp image 2019-01-27 at 19.31.53

Gollem op de vulkaan

Het is kwart over negen ’s ochtends en nu al bloedheet. Ik heb geen idee hoe warm het precies is, want dankzij de grijze, miezerige winter in Nederland is mijn interne thermometer voor warmte defect. Is dit hoe 20 graden voelde? Of is het 25 graden? Ik zit op de ferry naar Rangitoto, een vulkaan voor de kust van Auckland. Tijd voor mijn eerste hike; de eerste van vele hopelijk!

Het is voor het eerst dat ik zo lang alleen op reis ben. Vooraf leek mij dat geen enkel probleem, maar na de douane op Schiphol was ik ineens niet meer zo zeker van mijn plan. Waarom wilde ik dit ook alweer? Gelukkig ben ik afgeleid zodra ik het KLM-toestel instap. Wauw, een entertainmentsysteem! Hé, een warm handdoekje! Wat, nu al eten? En een Cornetto om kwart over drie ’s nachts? Ik blijf!

Ondanks dat ik letterlijk naar de andere kant van de wereld vlieg, vallen de vluchten mee. Ik vermaak me prima, lees een beetje, kijk een paar films, neem al het eten aan dat langs komt en kijk naar buiten als de zon opkomt. Als ik na 38 uur reizen op mijn hotelbed plof ben ik wel een beetje moe, maar het valt mee. Het is wonderbaarlijk hoe snel je lichaam zich kan aanpassen: van nacht naar dag, van winter naar zomer, van ‘STRESS IK MOET NOG INPAKKEN’ naar ‘Hmm… wil ik Earl grey of Darjeeling?’.

De eerste dagen in Auckland zijn heerlijk. Het is heel fijn om weer in een t-shirt in de zon te lopen en bloeiende bomen en planten te zien. Ik doe een free walking tour, bekijk Auckland en omgeving vanuit de Sky Tower, eet ijs op straat, eet een broodje op straat, eet een salade op straat, doe wat boodschappen en slaap veel.

De hike was een goede zet om kennis te maken met de natuur van Nieuw-Zeeland. Als ik van de ferry kom ben ik al onder de indruk van het haventje, maar dat blijkt totaal in het niet te vallen bij letterlijk alles wat ik daarna tegenkom. Het vulkanische gesteente is zwart en keihard en steekt af tegen het zand en de zee. De klim naar boven is goed te doen, al ga ik wel als een malle door mijn drinkwater heen. Het uitzicht vanaf de top is schitterend en terwijl ik door het bos terug loop denk ik: dit is echt zo Lord of the Rings! Die bomen, die wortels, die stenen… ik zie zelfs een kind dat op Gollem lijkt.

Morgen, op donderdag, begin ik aan een rondreis over het Noorder- en Zuidereiland. Als jullie lief zijn, houd ik jullie op de hoogte.